01-12-2004 Verwerking verontreinigd baggerslib

Overheden en bedrijven ondervinden vele moeilijkheden ten gevolge van de verschillen tussen de lidstaten in de omgang met verontreinigde sedimenten en baggerslib. De Kaderrichtlijn Water, die streeft naar een verbetering van de waterkwaliteit en harmonisatie van waterwetgeving op stroomgebiedniveau, geeft de lidstaten echter nauwelijks een prikkel om dit veelal grensoverschrijdend probleem krachtdadig aan te pakken.

1. Onderkent de Commissie de problemen die samenhangen met de verschillen tussen de lidstaten in de omgang met verontreinigd sediment en baggerslib in rivieren, riviermonden en andere waterwegen?

2. Zo ja, is de Commissie voornemens initiatieven te ontplooien om deze problemen krachtdadiger te bestrijden?

Antwoord van de heer Dimas namens de Commissie

De omgang met baggerspecie en gerelateerde kwesties worden op EU-niveau geregeld door de kaderrichtlijnen afval en water.

De terugwinning en verwijdering van baggerspecie (het afval dat wordt opgebaggerd uit kanalen, rivieren, meren en havens om bevaring van de oppervlaktewateren mogelijk te maken of te vergemakkelijken) zijn onderworpen aan de algemene eisen van de kaderrichtlijn afval, Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen(1) zoals gewijzigd(2). Met name bepaalt artikel 4 van deze richtlijn dat „de nuttige toepassing of de verwijdering van de afvalstoffen plaatsvindt zonder gevaar voor de gezondheid van de mens en zonder dat procédés of methoden worden aangewend die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben”. Dit geldt ongeacht het feit of de baggerspecie als gevaarlijk afval wordt ingedeeld of niet.

De indeling van baggerspecie volgt de lijst van afvalstoffen die is vastgesteld met Beschikking 2000/532/EG van de Commissie van 3 mei 2000(3) zoals gewijzigd(4). Baggerspecie kan worden ingedeeld onder code 17 05 05* als hij gevaarlijke stoffen bevat of onder code 17 05 06 als hij geen gevaarlijke stoffen bevat. Eerstbedoelde soort wordt als gevaarlijk afval beschouwd.

De verwijdering op het land van baggerspecie valt onder de relevante bepalingen van de richtlijn storten van afvalstoffen, Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen(5). Van de toepassing van deze richtlijn zijn vrijgesteld „de verspreiding op de bodem van slib, met inbegrip van zuiveringsslib en baggerspecie, alsmede soortgelijke stoffen, voor bemesting en grondverbetering” en „het storten van ongevaarlijke baggerspecie langs kleine waterwegen waaruit die specie afkomstig is en van ongevaarlijke specie in oppervlaktewater, met inbegrip van de bedding en haar ondergrond” (artikel 3, lid 2, eerste en derde streepje). In alle andere gevallen is de richtlijn storten van afvalstoffen van toepassing.

Verder is de Commissie zich ervan bewust dat verontreinigde sedimenten overal in de EU een probleem zijn voor de waterkwaliteit. Er bestaat echter nog geen algemeen overzicht van actuele monitoringgegevens in de lidstaten.

De grootste verzameling monitoringgegevens over verontreinigende stoffen in riviersedimenten werd verzameld in de context van het COMMPS-project(6) gecombineerde op monitoring en modellen gebaseerde procedure voor prioriteitstelling]). Er werden meer dan 68000 individuele monitoringresultaten uit 10 lidstaten voor 221 verschillende verontreinigende stoffen verzameld. Op basis van deze compilatie zijn verscheidene stoffen (bv. gebromeerde difenylethers of vlamvertragende stoffen) die sedimenten bijzonder sterk verontreinigen, opgenomen in de lijst van prioritaire stoffen krachtens Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (kaderrichtlijn water)(7). De lijst is uiteindelijk vastgesteld bij

Beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001(8).

Momenteel werkt de Commissie aan een voorstel i.v.m. de vaststelling van milieukwaliteitsnormen voor de prioritaire stoffen in overeenstemming met

artikel 16, lid 7, van de kaderrichtlijn water. Het voorstel komt er naar verwachting in 2005. De conclusie van de experts in het kader van overleg bij de opstelling van het voorstel was echter dat het moeilijk zal zijn om kwaliteitsnormen voor sedimenten vast te stellen aangezien er een gebrek is aan ecotoxiciteitsgegevens voor bentische organismen (d.w.z. in sediment levende fauna) en er veel onzekerheden zijn met betrekking tot de concentraties van stoffen in sedimenten en de impact ervan op de biota.

Onafhankelijk van de vigerende bepalingen krachtens de kaderrichtlijnen afval en water, die de lidstaten in staat stellen de sedimentverontreiniging aan te pakken, zal de Commissie doorgaan met haar inspanningen om het gebrek aan kennis over sedimentkwaliteit in de EU te verhelpen. In dat verband zijn de in de context van het European Sediment Research Network (SedNet(9)) uitgevoerde projecten zeer waardevol. Volgens het eindverslag moeten sedimenten in stroomgebiedverband vanaf de rivieroorsprong tot het kustgebied worden beheerd. Evenzo onderzocht het Eurocat-onderzoeksproject(10) het stroomgebied-kustgebiedcontinuum i.v.m. nutriëntenbelasting, verontreiniging enz. Het Aquaterra-project(11), dat eind 2004 startte, dient eveneens vermeld. Het is gericht op geïntegreerde modellering van rivier-sediment-bodem-grondwatersystemen met de nadruk op de fluxen van verontreinigende stoffen in rivierbekkens.

In de context van de ontwikkeling van een „Thematische strategie inzake bodembescherming(12)” onderzoekt de Commissie momenteel de noodzaak van een specifiek wettelijk instrument voor de bodem. De thematische strategie inzake bodembescherming zal naar verwachting in 2005 worden gelanceerd. Bodemverontreiniging en verontreinigde terreinen, een potentiële bron van vervuiling van watersedimenten, zullen binnen deze strategie worden aangepakt met het doel overal in de EU op dit gebied „de lat gelijk te leggen”.

(1) PB L 194 van 25.7.1975.
(2) PB L 78 van 26.3.1991.
(3) PB L 226 van 6.9.2000.
(4) PB L 47 van 16.2.2001.
(5) PB L 182 van 16.7.1999.
(6) http://europa.eu.int/comm/environment/water/water-framework/preparation_priority_list.htm
(7) PB L 327 van 22.12.2000.
(8) PB L 331van 15.12.2001.
(9) http://www.sednet.org
(10) http://www.iia-cnr.unical.it/EUROCAT/project.htm
(11) http://www.eu-aquaterra.de
(12) http://europa.eu.int/comm/environment/soil/index.htm#1http://forum.europa.eu.int/Public/irc/env/soil/home

Ga terug