06-01-2011 Interpretatie over de toepassing van artikel 5 van coördinatieverordening (EG) nr. 883/2004


Betreft: Interpretatie over de toepassing van artikel 5 van coördinatieverordening (EG) nr. 883/2004 Antwoord(en)


Een inwoner van een lidstaat met een invaliditeitsuitkering uit een andere lidstaat is op grond van artikel 11, lid 3 Verordening (EG) nr. 883/2004, in samenhang met artikel 11, lid 2 Verordening (EG) nr 883/2004 onderworpen aan de wetgeving van zijn woonplaats.

Wanneer deze persoon een invaliditeitsuitkering ontvangt uit een andere lidstaat zou volgens artikel 5 Verordening (EG) nr. 883/2004 de bevoegde lidstaat (woonland), indien zijn wetgeving bepaalde rechtsgevolgen toekent aan socialezekerheidsprestaties, de betreffende bepalingen van deze wetgeving ook moeten toepassen op gelijkgestelde prestaties die krachtens de wetgeving van een andere lidstaat zijn toegekend.

Naar onze opvatting betekent dit dat het woonland — indien zijn wetgeving op de ouderdomspensioenen opbouw van tijdvakken mogelijk (of zelfs verplicht) maakt voor personen met een invaliditeitsuitkering uit het woonland — dit ook moet toestaan indien een persoon een invaliditeitsuitkering (100 % invalide) ontvangt uit een andere lidstaat en door het woonland ook voor 100 % arbeidsongeschikt is verklaard.

1. Betekent dit concreet dat een inwoner van België met een Nederlandse invaliditeitsuitkering aanspraak kan maken op de opbouw van een Belgisch ouderdomspensioen? Zo ja, mag België dan bijdragen heffen voor deze verzekering?

2. Betekent dit dat een inwoner van Nederland met een Belgische invaliditeitsuitkering geen aanspraak meer kan maken op de opbouw van een Belgisch ouderdomspensioen?

3. Geldt ook dat een inwoner in Nederland, die met een Nederlands invaliditeitspensioen naar België verhuisd is en vervolgens 100 % arbeidsgeschikt verklaard wordt door zowel België als Nederland, via artikel 5 van Verordening (EG) nr. 883/2004 aanspraak heeft op een Belgische werkloosheidsuitkering als hij aan de Belgische toelatingsvoorwaarden voldoet? (Opmerking: betrokkene is geen grensarbeider geweest).

Antwoord van de heer Andor namens de Commissie

De Commissie wijst erop dat het beginsel van gelijkstelling van feiten is ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 883/2004(1) en dat het, tenzij in die richtlijn anders bepaald, van toepassing is. Overeenkomstig overweging 10 van die verordening mag de gelijkstelling van feiten geen invloed hebben op het beginsel van samentelling van de in artikel 6 bedoelde tijdvakken. Als zodanig worden tijdvakken die zijn vervuld op grond van de wetgeving van een andere lidstaat uitsluitend krachtens artikel 6 in aanmerking genomen. De toepassing van dat artikel belet evenwel niet de toepassing van het beginsel van gelijkstelling van feiten wanneer de desbetreffende tijdvakken, onafhankelijk van hun duur, vervuld moeten zijn om recht te hebben op een uitkering.

Bijgevolg kan de waarde van de tijdvakken van verzekering niet door het beginsel van gelijkstelling van feiten in twijfel worden getrokken. Wanneer het tijdvak waarin een persoon (bijvoorbeeld van Nederland) een invaliditeitsuitkering ontvangt op grond van de Belgische wetgeving als een tijdvak van verzekering wordt beschouwd, moet in voorkomend geval dus ook rekening worden gehouden met dat tijdvak voor het verkrijgen van het recht op een ouderdomspensioen of een werkloosheidsuitkering in België.

Het beginsel van gelijkstelling van feiten is niet van toepassing op de vaststelling van de mate van invaliditeit van een persoon in het kader van Verordening (EG) nr. 883/2004. Overeenkomstig artikel 46, lid 3, van die verordening is een door het orgaan van een lidstaat genomen beslissing omtrent de mate van invaliditeit van de betrokkene slechts bindend voor het orgaan van een andere lidstaat wanneer beide lidstaten zijn opgenomen in Bijlage VII van Verordening (EG) nr. 883/2004. In alle andere gevallen wordt de mate van invaliditeit uitsluitend op grond van de nationale wetgeving vastgesteld.

Ga terug