06-06-2004 Privacyregels patiëntgegevens

06-06-2004 Privacyregels patiëntgegevens

Uit de in 1995 van kracht geworden Nederlandse Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WBGO) vloeit voort dat medische gegevens van patiënten in beginsel na tien jaar vernietigd moeten worden (ingang per 1 januari 2005).

Erfelijke factoren blijken echter bij steeds meer aandoeningen een rol te spelen, waardoor het niet vernietigen van patiëntgegevens na tien jaar voor familieleden van belang kan zijn. Ook treden regelmatig pas na jaren complicaties op.

Volgens de Europese privacyrichtlijn (Richtlijn 95/46/EG(1)) mogen persoonsgegevens niet langer bewaard worden dan nodig voor het doel waarvoor ze verzameld zijn. In andere lidstaten blijkt de privacyrichtlijn echter ruimte te bieden voor een langere bewaartermijn van patiëntgegevens dan de 10 jaar die in de WBGO gesteld is.

1. Deelt de Commissie de visie dat, uit het oogpunt van het belang voor medisch-wetenschappelijk onderzoek en adequate zorg voor patiënten, de Nederlandse termijn van 10 jaar voor het bewaren van patiëntgegevens een te strakke interpretatie is van het beginsel om persoonsgegevens niet langer te bewaren dan nodig voor het doel van verzameling, zoals verwoord in de Europese privacyrichtlijn?

1. Acht de Commissie het wenselijk dat de termijn van 10 jaar voor het bewaren van patiëntgegevens, zoals gesteld in de WBGO, verruimd wordt?

Antwoord van de heer Bolkestein namens de Commissie

In artikel 454, lid 3, van boek 7 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek, waarin de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst is opgenomen, is bepaald dat de gegevens omtrent de gezondheid van de patiënt gedurende tien jaar, of zoveel langer als redelijkerwijs uit de zorg van een goed hulpverlener voortvloeit, worden bewaard.

Daarnaast is in artikel 455, lid 1, van dat wetboek bepaald dat patiënten het recht hebben te verzoeken om vernietiging van de gegevens betreffende hun gezondheid. In dat lid wordt geen rekening gehouden met de bewaartermijn van tien jaar. Dit betekent dat op verzoek van een patiënt gezondheidsgegevens al lang voor het verstrijken van deze bewaartermijn kunnen zijn vernietigd. In artikel 455, lid 2, wordt echter een uitzondering gemaakt voor gevallen waarin vernietiging niet in het belang van andere personen is en gevallen waarin de wet zich tegen vernietiging verzet.

In artikel 6, lid 1, onder e), van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens is inderdaad bepaald dat persoonsgegevens niet langer mogen worden bewaard dan voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt, noodzakelijk is. Bijvoorbeeld voor wetenschappelijk gebruik mogen persoonsgegevens gedurende een lange periode worden bewaard. Deze bepaling is voldoende duidelijk en biedt de lidstaten tegelijkertijd de nodige flexibiliteit om bij de vaststelling van bewaartermijnen rekening te houden met de persoonsgegevens waar het om gaat. De lengte van de termijnen kan per lidstaat verschillen als gevolg van uiteenlopende ervaringen en een uiteenlopende interpretatie van hetgeen in dit verband noodzakelijk moet worden geacht.

Gezien het toenemende belang en de gevoeligheid van genetische gegevens is dit onderwerp onlangs besproken door de Groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens, die bestaat uit de gegevensbeschermingsautoriteiten van de lidstaten. Daarbij werd gestreefd naar een gemeenschappelijk standpunt over de diverse vraagstukken betreffende de verwerking van genetische gegevens. In het Werkdocument over genetische gegevens dat de groep op 17 maart 2004 heeft goedgekeurd, zijn genetische gegevens aangemerkt als gevoelige gegevens in de zin van artikel 8 van Richtlijn 95/46/EG, wat inhoudt dat zij slechts in uitzonderlijke omstandigheden mogen worden verwerkt. Het verkrijgen van genetische gegevens om betere gezondheidszorg te bieden werd beschouwd als voornaamste gerechtvaardigd doeleinde voor verdere verwerking. In dit verband is de Groep van mening dat een evenwicht moet worden gevonden tussen de rechten van de betrokkene om zijn of haar genetische informatie niet bekend te maken en de in potentie ernstige implicaties en consequenties die de bekendmaking en het gebruik van deze informatie kunnen hebben voor de leden van een biologische familie. Bovendien is de Groep van mening dat grondig moet worden gekeken naar de bewaartijd van de genetische gegevens en dat dit vraagstuk verband houdt met de uitvoerbaarheid van het anonimiseren van de desbetreffende gegevens. Deze overwegingen kunnen ertoe leiden dat de bestaande bewaartermijnen voor gezondheidsgegevens opnieuw worden bezien, maar de discussie hierover is nog maar net op gang gekomen.

Gezien het voorgaande, en in het bijzonder gezien de in artikel 454, lid 3, geboden mogelijkheid om de termijn van tien jaar te verlengen indien een hulpverlener dat noodzakelijk acht en de uitzondering waarin artikel 455, lid 2, voorziet, is de Commissie van mening dat de Nederlandse Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst momenteel voldoende flexibiliteit biedt om af te wijken van de termijn van tien jaar. De wet houdt dus geen al te strikte interpretatie van artikel 6 van Richtlijn 95/46/EG in.

Ga terug