06-12-2005

06-12-2005 Europeesrechtelijke aspecten van Nederlandse zorgverzekeringswet voor post-actieven

Vanaf 1 januari 2006 worden in Spanje wonende Nederlandse post-actieven verzekerd op grond van Verordening 1408/71(1) en zijn zij met toepassing van artikel 28bis juncto artikel 69 van de nieuwe zorgverzekeringswet bijdrageplichtig in Nederland. Op grond van de Ley General de Salud zijn zij reeds verzekerd voor ziektekosten ten laste van de regionale Seguridad Social. Op grond van het dubbelbelastingverdrag worden zij belast in Spanje. In Spanje wordt de gezondheidszorg gefinancierd uit de algemene middelen (belasting).

1. Dienen de in Spanje woonachtige post-actieven te worden uitgesloten van Verordening 1408/71 omdat zij in Spanje verzekerd zijn voor ziektekosten op grond van hun ingezetenenschap?

2. Indien vraag 1 ontkennend wordt beantwoord, is op deze categorie post-actieven artikel 28bis van Verordening 1408/71 van toepassing?

3. Indien vraag 2 bevestigend wordt beantwoord, leveren de door Spanje en Nederland vanaf 1 januari 2006 geldende zorgstelsels voor in Spanje woonachtige Nederlandse post-actieven, waarbij door beide landen bijdragen worden geheven voor aanspraken krachtens het Spaanse zorgstelsel, strijd op met artikel 33, lid 2 van Verordening 1408/71 en meer in zijn algemeenheid met het vrij verkeer van personen?

4. Is sprake van verboden onderscheid naar nationaliteit omdat Nederlandse ingezetenen in Spanje meer moeten betalen dan Spaanse ingezetenen voor hetzelfde verstrekkingenpakket?

5. Is de opheffing van het keuzerecht in particuliere zorgverstrekkingen door Nederland met de invoering van de zorgverzekeringswet in strijd met het vrij verkeer van diensten?

6. Is artikel 2.5.2, lid 2 van de Invoeringswet, als gevolg waarvan de particuliere verzekeringspolissen komen te vervallen, in strijd met de schaderichtlijn en het vrij verkeer van diensten?

Antwoord van de heer Spidla namens de Commissie

Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971(1) betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten bevat bepalingen tot vaststelling van de rechten op prestaties bij ziekte van rechthebbenden op een pensioen of rente die wonen of verblijven in een andere lidstaat dan die welke het pensioen of de rente betaalt (artikelen 27 t/m 34).



Met name artikel 28 bis bepaalt dat de rechthebbende op een pensioen of rente van een lidstaat die woont op het grondgebied van een andere lidstaat waarvan de wettelijke regeling voor het recht op verstrekkingen geen voorwaarden stelt inzake de verzekering of de arbeid en krachtens de wettelijke regeling waarvan geen pensioen of rente verschuldigd is, recht heeft op de verstrekkingen die door het orgaan van de woonplaats worden verleend voor rekening van het orgaan van de lidstaat die het pensioen of de rente betaalt.



Uit dit artikel vloeit voort dat de rechthebbende op een enkel pensioen ten laste van de Nederlandse autoriteiten die woont in Spanje waar een op de woonplaats gebaseerd gezondheidszorgstelsel bestaat, recht heeft op de door het Spaanse orgaan voor rekening van het Nederlandse orgaan verleende verstrekkingen.



Het feit dat de betrokkene in Spanje belastingen betaalt die ook het gezondheidszorgstelsel financieren, heeft geen invloed op de toepassing van de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1408/71 tot vaststelling van de in deze bijzondere situatie toepasselijke wetgeving.



Vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe Nederlandse zorgverzekeringswet moeten de rechthebbenden op een Nederlands pensioen die in Spanje wonen en geen Spaans pensioen ontvangen premies voor de Nederlandse zorgverzekering betalen, in beginsel onder dezelfde voorwaarden als de ingezetenen in Nederland.



Hoewel zij inkomstenbelasting in Spanje betalen, betalen zij echter slechts één keer socialezekerheidspremies, namelijk in Nederland. Dit is in beginsel in lijn met de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1408/71 die Nederland aanwijzen als bevoegde staat voor de ziekteverzekering van rechthebbenden op een Nederlands pensioen, op voorwaarde dat de betrokkene in de lidstaat geen beroepsactiviteit uitoefent en ook geen pensioen ten laste van de lidstaat van verblijf ontvangt.



De door Spanje geheven inkomstenbelasting is een fiscale maatregel die — hoewel hij eventueel kan dienen voor de financiering van het Spaanse ziekteverzekeringsstelsel — niet als sociale premie kan worden aangemerkt.



De rechthebbenden op een Nederlands pensioen die in Spanje wonen, betalen bijgevolg geen dubbele sociale premies.



Het feit dat een rechthebbende op een pensioen ziekteverzekeringspremies in de bevoegde lidstaat en inkomstenbelasting in de lidstaat van verblijf moet betalen, is niet in strijd met artikel 33, lid 2, noch met het beginsel van het vrije verkeer. Het EG-Verdrag voorziet in artikel 42 slechts in een stelsel voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. Elke lidstaat blijft vrij om zijn eigen socialezekerheidsstelsel te organiseren en te financieren.



Verordening (EEG) nr. 1408/71 kent aan de rechthebbende op een pensioen van een lidstaat die op het grondgebied van een andere lidstaat woont, het recht toe op verstrekkingen volgens de wettelijke regeling van de lidstaat van verblijf, alsof hij rechthebbende van een pensioen uit hoofde van de wettelijke regeling van de lidstaat van verblijf was, welke verstrekkingen echter voor rekening van de bevoegde lidstaat worden verleend. Dit beginsel zorgt er in de lidstaat van verblijf voor dat de betrokkene op gelijke voet wordt behandeld als de ingezetenen van deze lidstaat. Het feit dat het mogelijk is dat de rechthebbende op een pensioen ten laste van een andere lidstaat dan de lidstaat van verblijf in de bevoegde staat hogere premies betaalt dan het bedrag dat moet worden betaald door de verzekerden van de lidstaat van verblijf is te wijten aan de omstandigheid dat Verordening (EEG) nr. 1408/71 slechts voorziet in een coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, en niet in een harmonisatie daarvan.



Het Hof heeft bevestigd dat het Gemeenschapsrecht geen afbreuk doet aan de bevoegdheid van de lidstaten op het gebied van de organisatie en de financiering van hun socialezekerheidsstelsel, maar dat de lidstaten het Gemeenschapsrecht moeten naleven. In het arrest Garcia(2) heeft het Hof bevestigd dat de aansluiting bij een bepaald stelsel verplicht kan worden gesteld, wanneer deze verplichte aansluiting nodig is voor de waarborging van „de toepassing van het solidariteitsbeginsel en het financiële evenwicht van de stelsels”. De verplichting dat een rechthebbende op een pensioen moet bijdragen aan het socialezekerheidsstelsel van de bevoegde lidstaat is bijgevolg in beginsel niet strijdig met het vrij verrichten van diensten, als bedoeld in artikel 49 van het EG-Verdrag, voor zover het desbetreffende stelsel aan voornoemde doelstellingen voldoet.

De schadeverzekeringsrichtlijnen(3) harmoniseren het recht op het gebied van verzekeringsovereenkomsten niet op Europees niveau. Zij bevatten alleen voorschriften tot vaststelling van het toepasselijke recht. Het vervallen van verzekeringspolissen wordt in de EU-wetgeving niet behandeld en blijft daarom onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, met dien verstande dat de algemene bepalingen van het EG-Verdrag moeten worden nageleefd. De Commissie is van mening dat artikel 2.5.2, lid 2, van de Invoeringswet compatibel is met de schadeverzekeringsrichtlijnen.

Wat het vrij verrichten van diensten betreft, is de Commissie niet van mening dat het hierboven vermelde artikel een probleem oplevert. Artikel 2.5.2, lid 2, van de Invoeringswet verhindert niet dat Nederlandse verzekeringsmaatschappijen hun producten in andere lidstaten aanbieden en verzekeringsmaatschappijen uit andere lidstaten kunnen nog steeds hun verzekeringspolissen in Nederland aanbieden.

(1) Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, PB L 149 van 5.7.1971.
(2) Arrest Garcia van 26 maart 1996, C-238/94, Jurispr. P. I-1673.
(3) Tweede Richtlijn 88/357/EEG van de Raad van 22 juni 1988 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, tot vaststelling van bepalingen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het vrij verrichten van diensten en houdende wijziging van Richtlijn 73/239/EEG, PB L 172 van 4.7.1988 als gewijzigd bij Richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 (derde richtlijn schadeverzekering), PB L 228 van 11.8.1992.

Ga terug