07-11-2005 Nieuwe Nederlandse zorgverzekeringswet

In het kader van de nieuwe Nederlandse zorgverzekeringswet (ZVW) wordt aan in Nederland wonende gezinnen met een laag inkomen een zorgtoeslag toegekend. Wanneer een van beide partners grensarbeider is — omdat deze in België of Duitsland werkt — en de andere partner in Nederland verzekerd is, berekent Nederland de zorgtoeslag op basis van het buitenlandse plus het binnenlandse inkomen (zgn. gezinsinkomen). Er wordt echter slechts de helft van de zorgtoeslag uitbetaald, omdat een van beide partners niet in Nederland verzekerd is. Hoeveel beide partners feitelijk aan premies/bijdragen voor de Nederlandse en buitenlandse ziektekostenverzekering betalen, speelt geen rol. De zorgtoeslag is een aanspraak op een financiële tegemoetkoming in de premie van een zorgverzekering vanwege een laag inkomen. Het is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming en valt onder de Algemene Wet inkomensafhankelijke regelingen. De Nederlandse zorgtoeslag is aangemeld voor Vo 1408/71(1).

1. Kan men de Nederlandse zorgtoeslag, die wordt toegekend aan een in Nederland wonend gezin waarvan een van de partners in een andere lidstaat is verzekerd, karakteriseren als een zgn. sociaal voordeel in de zin van Vo 1612/68(2)?

2. Is de Nederlandse berekening van de hoogte van de zorgtoeslag, waarbij wordt uitgegaan van de som van het Nederlandse en het buitenlandse inkomen doch waarbij de berekende zorgstoeslag vervolgens gehalveerd wordt, niet in strijd met het Gemeenschapsrecht?

3. Moet Nederland — om niet in strijd met het Gemeenschapsrecht te handelen — bij de berekening van de hoogte van de zorgtoeslag zich niet beperken tot het inkomen van de in Nederland verzekerde partner en het inkomen van de in de andere lidstaat verzekerde partner buiten beschouwing laten?

Antwoord van de heer Spidla namens de Commissie

Een van de doelen van de Wet op de zorgtoeslag is ervoor te zorgen dat het deel van het inkomen dat de verzekerde voor de premie moet opbrengen niet uitkomt boven wat aanvaardbaar wordt geacht. De wet voorziet dan ook in een financiële tegemoetkoming en met name in een zorgtoeslag voor het geval de premielast in vergelijking met het inkomen te hoog is.

Bij de berekening van de zorgtoeslag wordt rekening gehouden met het inkomen van de verzekerde en zijn partner. De verzekerde en zijn partner hebben gezamenlijk aanspraak op een zorgtoeslag(1). Indien de partner niet in het kader van de Nederlandse zorgverzekeringswet verzekerd is, heeft de betrokkene aanspraak op een zorgtoeslag van vijftig procent(2). Dit is bijvoorbeeld het geval bij militairen die niet in het kader van de ziekteverzekeringswet verzekerd zijn, maar een eigen regeling hebben. Hetzelfde geldt voor een grensarbeider die verzekerd is in het land waar hij werkzaam is of voor de partner van een grensarbeider die uit hoofde van de Nederlandse wet verzekerd is.

Uit hoofde van artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71(3) heeft Nederland de Wet op de zorgtoeslag aangemeld als een wet die volgens de verordening onder de sociale zekerheid valt. Bovendien is de zorgtoeslag te beschouwen als een voordeel in de zin van artikel 7, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1612/68(4), zoals gedefinieerd door het Hof van Justitie(5).

Ten aanzien van de tweede vraag van het geachte Parlementslid wijst de Commissie nog eens op de doelstelling van Verordening (EEG) nr. 1408/71, namelijk het coördineren van de nationale regelingen voor de sociale zekerheid zonder afbreuk te doen aan de eigen kenmerken van de verschillende nationale wetgevingen (zie in dit verband punt 31 uit het arrest in zaak C-249/04, José Allard tegen Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants).

Tegen deze achtergrond moet worden geconstateerd dat de berekening van de zorgtoeslag ook wordt toegepast op Nederlandse inkomens die niet onder de Nederlandse zorgverzekeringswet vallen, zoals bijvoorbeeld de inkomens van militairen.

De Commissie is van mening dat de berekening van de Nederlandse zorgtoeslag, waarbij wordt uitgegaan van de som van het Nederlandse en buitenlandse inkomen en de zorgtoeslag vervolgens wordt gehalveerd, vanuit het oogpunt van het Gemeenschapsrecht, en met name vanuit het oogpunt van artikel 39 en de verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en 1612/68, geoorloofd is.

Wat de derde vraag van het geachte Parlementslid betreft is de Commissie van mening dat Nederland op grond van het Gemeenschaprecht en met name op grond van artikel 39 en verordening (EEG) nr. 1408/71 niet verplicht is om zich te beperken tot het inkomen van de in Nederland verzekerde partner.

(1) Artikel 2, lid 1, van de Wet op de zorgtoeslag van 16 juli 2005 (Staatsblad 2005, 369).
(2) Artikel 2, lid 4.
(3) Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, PB L 149 van 5.7.1971.
(4) Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap.
(5) Zie zaak C-85/96, Martinez Sala tegen Freistaat Bayern, Jurispr. 1998, blz. I-2691.

Ga terug