08-05-2006 Uitspraak Commissie in verband met versnelde invoering roetfilters voor dieselmotoren in Nederland

Met verbazing heb ik kennis genomen van de weigering van de Europese Commissie om Nederland toe te staan roetfilters voor dieselauto´s reeds per 1 januari 2007 verplicht te stellen. Is het de Commissie bekend dat een vervroegde invoering van het roetfilter voor Nederland zou resulteren in een beduidend milieu- en gezondheidseffect, namelijk een daling van de uitstoot met 1 kiloton over vijf jaar.

1. Heeft de Commissie het belang van volksgezondheid meegewogen bij deze weigering? Zo nee, waarom is dit belang niet meegewogen? Zo ja, wat is de reden geweest het belang van de interne markt te laten prevaleren boven het belang van milieu en gezondheid?

2. Kan de Commissie bevestigen dat het mogelijk is dat een lidstaat met een beroep op klemmende redenen van volksgezondheid een tijdelijke uitzondering mag aanvragen op Europese regelgeving?

3. De Commissie beroept zich bij haar weigering op verstoring van de interne Europese markt. Autofabrikanten zijn echter al verplicht hun automodellen met roetfilters uit te rusten voor de Amerikaanse en Japanse markt. Zijn de Commissie redenen bekend waarom autofabrikanten niet in staat zijn dit ook voor de Europese markt te doen op korte termijn?

4. Zijn er van de Commissie nog voor de zomer nieuwe voorstellen te verwachten waarin strengere normen zijn opgenomen voor dieselmotoren die op korte termijn geïmplementeerd dienen te worden?

Antwoord van de heer Verheugen namens de Commissie

1. In haar oordeel over de door Nederland aangemelde maatregel(1) trekt de Commissie de door Nederland wenselijk geachte bescherming van het milieu en de volksgezondheid niet in twijfel. Zij heeft evenwel bekeken of er geen alternatieve maatregelen zijn die dezelfde resultaten in termen van emissiereductie van deeltjesmassa opleveren, maar de handel tussen de lidstaten niet beperken. Tegen deze achtergrond heeft de Commissie vastgesteld dat de door de Nederlandse autoriteiten geplande maatregel onevenredig is om het beoogde doel van milieu- en gezondheidsbescherming te verwezenlijken en de keuze niet op de minst beperkende maatregel is gevallen.

Door goedkeuring van de Nederlandse maatregel zou de Gemeenschap voorts internationale verplichtingen overtreden. De maatregel is namelijk in strijd met de overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties uit 1958(2). De Nederlandse maatregel verbiedt het gebruik van voertuigen die voldoen aan VN/ECE-Reglement 83, waarin aan EG-wetgeving identieke emissiegrenswaarden zijn vastgelegd. Bij goedkeuring van de Nederlandse maatregel zou dan ook inbreuk worden gemaakt op de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. Een dergelijke inbreuk zou de erkenning van de EG-typegoedkeuring door de andere overeenkomstsluitende partijen ondermijnen en duidelijk onevenredige repercussies op de uitvoer van auto’s vanuit de EG naar die landen hebben.

2. Een lidstaat kan, overeenkomstig artikel 95, lid 5, van het EG-Verdrag, in verband met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu nationale bepalingen treffen die afwijken van bestaande harmonisatiemaatregelen van de Gemeenschap. In het geval van de specifieke Nederlandse afwijking betwist de Commissie, zoals eerder gezegd, niet de redenen van de maatregel, maar de evenredigheid daarvan met het beoogde doel.

3. Wat betreft de effecten van de Nederlandse maatregel voor de interne markt wijst de Commissie erop dat er volgens de haar beschikbare gegevens (stand per december 2005) minstens 240 verschillende modellen dieselauto’s zijn die in Nederland niet met roetfilter kunnen worden geleverd. Indien de aangemelde maatregel zou worden goedgekeurd, zouden deze dus van de Nederlandse markt worden uitgesloten. Aangezien voor bepaalde modellen vooral de zwaardere motoren met roetfilter zijn uitgerust, zou verder het gevaar bestaan dat de kleinere, zuinigere motoren van die modellen van de Nederlandse markt worden geweerd. Dit zou in strijd zijn met het reeds lang gevoerde beleid van de EU om de CO2-uitstoot te verminderen. Gezien het zeer korte tijdsbestek voor de omzetting van de Nederlandse maatregel is er evenmin rekening mee gehouden dat aan autoproducenten tijd moet worden gegeven om auto’s te ontwikkelen en productieactiviteiten te plannen. Verder zij erop gewezen dat het aandeel dieselvoertuigen op de Japanse en Amerikaanse (VS) markt nog klein is.

4. Wat andere maatregelen van de Gemeenschap en strengere normen voor dieselmotoren aangaat, wordt verwezen naar het onlangs door de Commissie goedgekeurde Euro 5-voorstel(3). Dit voorstel voor een verordening zal niet alleen aanzienlijk aan een betere luchtkwaliteit in Europa bijdragen, maar ook tot een goed functionerende interne markt voor motorvoertuigen leiden. Het is momenteel in het kader van een medebeslissingsprocedure in behandeling bij het Europees Parlement en Raad. Voor de zomer zijn dan ook geen nieuwe voorstellen van de Commissie te verwachten, die verder gaan dan het Euro-5-voorstel.

(1) Beschikking 2006/372/EG van de Commissie van 3 mei 2006 betreffende een ontwerp van nationale bepalingen ter beperking van deeltjesemissies door voertuigen met dieselmotor waarvan door het Koninkrijk der Nederlanden overeenkomstig artikel 95, lid 5, van het EG-Verdrag, kennis is gegeven.
(2) Overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen.
(3) COM(2005)683 def.
 

Ga terug