11-02-2010 Vlaamse Jobkorting


Betreft: Vlaamse jobkorting


Zowel op het federale als op het Vlaamse niveau bestaat er een jobkorting. Het gaat in feite om een vermindering van de belasting op het arbeidsinkomen van de werknemer. Jobkorting heeft ondermeer als doel het werk financieel aantrekkelijker te maken. De voorwaarden om recht te hebben op dit belastingvoordeel is dat de betrokken werknemer aan de Belgische personenbelasting is onderworpen en dat hij in het desbetreffende aanslagjaar belastbaar is in een gemeente die deel uitmaakt van het Vlaamse Gewest. Dit betekent in feite een woonplaatsvereiste. Dit geldt ook voor werknemers die wel in België onderworpen zijn aan de personenbelasting, maar er niet wonen. Zo zijn bijvoorbeeld Nederlandse grensarbeiders op grond van het bilateraal belastingsverdrag tussen Nederland en België in de regel onderworpen aan de Belgische personenbelasting voor hun inkomsten uit arbeid. Toch wordt hen op grond van de vereiste dat men belastbaar moet zijn voor de gemeentebelasting in een gemeente van het Vlaamse Gewest, deze jobkorting geweigerd.

1. Inwoners van Vlaanderen hebben aanspraak op de zogenaamde fiscale jobkorting als zij in Vlaanderen wonen én werken . Hebben Franse, Luxemburgse, Duitse en Nederlandse grensarbeiders, als zij in België belastingplichtig zijn en in Vlaanderen werken, ook recht op deze Vlaamse jobkorting? Geldt dit ook voor inwoners van Wallonië, die ooit gebruik gemaakt hebben van "het vrij verkeer van werknemers" ?

2. In België kent men het systeem van (beroeps)opleidingscheques respectievelijk dienstencheques. Om in aanmerking te komen voor deze cheques moet men namelijk in een Belgische gemeente wonen. Hebben Franse, Luxemburgse, Duitse en Nederlandse grensarbeiders op grond van artikel 7 Vo. 1612/68 ook aanspraak op deze cheques?


Antwoord van de heer Šemeta
namens de Commissie


1. Het geachte Parlementslid vestigt de aandacht op de Vlaamse jobkorting (een aanvullende korting op de belasting over het inkomen uit werk) en vraagt zich af in hoeverre deze korting ook geldt voor niet-ingezeten belastingbetalers, die evengoed over hun inkomen uit werk in België worden belast.

In antwoord op deze vraag kan de Commissie meedelen dat grensarbeiders uit andere lidstaten of Wallonië momenteel niet in aanmerking komen voor deze korting.

België heeft het decreet in kwestie evenwel op 18 december 2009. gewijzigd. De Commissie is deze wijziging aan het bestuderen en zal vervolgens passende stappen ondernemen.

2. Het geachte Parlementslid verwijst naar de zogenaamde opleidingscheques voor opleidingen in het Vlaamse Gewest.

De diensten van de Commissie zijn van mening dat deze opleidingscheques kunnen worden aangemerkt als een sociaal voordeel in de zin van artikel 7, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1612/68 . Met betrekking tot de woonplaatsvereiste kan worden gesteld dat een dergelijke voorwaarde, tenzij zij objectief gerechtvaardigd is, in eerste instantie migrerende werknemers benadeelt, ook als zij gelijkelijk van toepassing is op onderdanen en niet-onderdanen: binnenlandse werknemers kunnen er immers gemakkelijker aan voldoen dan werknemers uit andere lidstaten. In het bijzonder benadeeld zijn grensarbeiders, die per definitie niet wonen in de lidstaat waar zij werken. Deze woonplaatsvereiste kan derhalve een inbreuk vormen op het beginsel van het vrije verkeer van werknemers zoals neergelegd in artikel 45 VWEU en Verordening (EEG) nr. 1612/68.

De Commissie heeft contact opgenomen met de Belgische overheid en analyseert momenteel de informatie die zij al ontvangen heeft. Zij zal het Parlement op de hoogte houden van de ontwikkelingen in deze zaak.

Ga terug