19-09-2005 Invoering nieuwe Nederlandse Zorgverzekeringswet

Per 1 januari 2006 beëindigt Nederland de sociale verzekeringsplicht van alle in de Europese Unie wonende postactieven. Op 1 januari 2006 treedt de nieuwe Nederlandse zorgverzekeringswet (ZVW) in werking en worden de binnen de EU wonende postactieven op grond van de coördinatieverordening Vo 1408/71(1) verzekerd. De postactieven — ook zij die in 2005 particulier verzekerd zijn — worden verplicht om sociale bijdragen te betalen op het niveau van de Nederlandse premieheffing(2) voor de ZVW en AWBZ en krijgen aanspraak op zorg in het woonland in zoverre het de wettelijke verstrekkingen betreft.

1. Mag Nederland de in het buitenland wonende postactieven, die in 2005 niet op grond van een wettelijke of verdragsregeling verzekerd waren — omdat zij particulier verzekerd waren tegen ziektekosten — vanaf 2006 wel verzekeren op grond van Vo 1408/71(3)?

2. Kan Nederland de in het buitenland wonende postactieven de mogelijkheid bieden om zich vrij te laten stellen van de Nederlandse bijdrageplicht voor de AWBZ/ZVW, indien deze postactieven zich in het woonland op enigerlei wijze kunnen verzekeren tegen ziektekosten?

3. Mag Nederland verplichte „bijdragen” heffen ter hoogte van het Nederlandse verplicht premieniveau voor ZVW/AWBZ als daar tegenover in het woonland een lager verstrekkingenniveau staat?

4. Moet het woonland de postactieven niet de mogelijkheid bieden om zonder acceptatievoorwaarden rechtstreeks toegelaten te worden tot een aanvullend stelsel van de niet-wettelijke aanvullende ziektekostenverzekeringen?

5. Kan Nederland op grond van het Gemeenschapsrecht en vooruitlopend op de inwerkingtreding van Vo 883/04(4) de post-actieven de mogelijkheid bieden(5) om een beroep te doen op de volledige Nederland zorg bij (tijdelijk) verblijf in Nederland?


Antwoord van de heer Spidla namens de Commissie

1. De communautaire socialezekerheidsvoorschriften — de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71(1) en (EEG) nr. 574/72 van de Raad(2) — harmoniseren de nationale socialezekerheidsstelsels van de lidstaten niet, maar coördineren ze. Het Hof van Justitie heeft er herhaaldelijk op gewezen dat het ontbreken van harmonisatie betekent dat elke lidstaat bepaalt wie zich bij een socialezekerheidsstelsel mag of moet aansluiten(3). Het staat Nederland dus in principe vrij om de voorwaarden voor aansluiting bij zijn ziektekostenverzekeringsstelsel te wijzigen en de aansluitingsplicht uit te breiden tot iedereen die een ouderdomspensioen van de Nederlandse overheid ontvangt. Wel moet Nederland daarbij de communautaire wetgeving, en met name de artikelen 27 tot en met 34 van Verordening (EEG) nr. 1408/71, in acht nemen.

De Commissie is dus van oordeel dat Verordening (EEG) nr. 1408/71 Nederland niet belet om alle postactieven die een Nederlands pensioen ontvangen en vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet niet bij het verplichte ziektekostenverzekeringsstelsel aangesloten waren, te verplichten zich bij dit stelsel aan te sluiten.

2. Verordening (EEG) nr. 1408/71 bepaalt welk orgaan bevoegd is voor prestaties bij ziekte voor pensioengerechtigden (artikelen 27 tot en met 34). Ontvangers van een Nederlands pensioen die in een andere lidstaat dan Nederland wonen, vallen onder de ziektekostenverzekeringswetgeving van het woonland, mits zij ook van het woonland een pensioen ontvangen en in het woonland recht hebben op prestaties bij ziekte of indien zij in het woonland een beroepsactiviteit uitoefenen. In dat geval hoeven zij dus geen premies aan Nederland te betalen.

De nationale wetgeving van de lidstaten kan eventueel ook in andere vrijstellingen voorzien.

3. De coördinatie van de stelsels overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1408/71 houdt in dat pensioengerechtigden die in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat wonen, in het woonland recht hebben op alle verstrekkingen uit hoofde van de wetgeving van het woonland, maar wel voor rekening van de bevoegde lidstaat (artikelen 28 en 28 bis). Het verstrekkingenniveau waarop gepensioneerden recht hebben, wordt dus bepaald door de wetgeving van het woonland. Overeenkomstig artikel 33 mag de bevoegde lidstaat overeenkomstig zijn eigen wetgeving premies inhouden op het pensioen dat de betrokkenen ontvangen.

Of pensioengerechtigden die wonen in een andere lidstaat met een lager verstrekkingenniveau eventueel een premievrijstelling of ‑vermindering kunnen krijgen, hangt dus in principe alleen af van de nationale wetgeving.

4. De Commissie is van oordeel dat het woonland daar niet toe verplicht is. Voor de toegang tot aanvullende ziektekostenverzekeringen die buiten het verplichte ziektekostenverzekeringsstelsel vallen, moet het woonland voor alle EU-burgers die er wonen dezelfde voorwaarden toepassen. Op de prestaties van aanvullende ziektekostenverzekeringen zijn de gewone internemarktvoorschriften van toepassing. Dat wil zeggen dat commerciële verzekeringsmaatschappijen onder gelijke voorwaarden moeten kunnen concurreren en dat contractvrijheid geldt.

5. Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1408/71 heeft een pensioengerechtigde die in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat woont, tijdens een tijdelijk verblijf buiten het woonland (bijvoorbeeld in de bevoegde lidstaat) recht op noodzakelijke verstrekkingen overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat waar hij verblijft (artikel 31). Deze verstrekkingen zijn voor rekening van het orgaan van het woonland waarbij de betrokkene zich met een E121-formulier heeft ingeschreven. Dit orgaan ontvangt namelijk jaarlijks een vast bedrag van het bevoegde orgaan ter dekking van de medische kosten van de pensioengerechtigde in het woonland en tijdens verblijven in andere lidstaten (waaronder de bevoegde lidstaat). Deze procedure is erkend door het Hof van Justitie, dat in het arrest van 3 juli 2003 in zaak C-156/01 (Van der Duin) heeft bevestigd dat een pensioengerechtigde die in een andere lidstaat woont, het orgaan waarbij hij zich met een E121-formulier heeft ingeschreven, toestemming moet vragen alvorens hij zich voor behandeling naar de bevoegde lidstaat (of een andere lidstaat) begeeft.

Verordening (EG) nr. 883/04(4), die van toepassing wordt wanneer de toepassingsverordening in werking treedt, biedt de lidstaten de mogelijkheid om pensioengerechtigden die in een andere lidstaat wonen maar van wie zij de prestaties bij ziekte betalen, tijdens een verblijf op hun grondgebied niet alleen recht te geven op noodzakelijke verstrekkingen, maar op alle verstrekkingen uit hoofde van hun wetgeving. Nederland staat echter niet op de lijst in bijlage IV van de landen die voor deze optie gekozen hebben.

(1) Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, PB L 149 van 5.7.1971.
(2) Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, PB L 74 van 27.3.1972.
(3) Zie de arresten van 24.4.1980 in zaak C110/79, Coonan, van 4.10.1991 in zaak C-349/87, Paraschi, en van 12.7.2001 in zaak C-157/99, Smits/Peerbooms.
(4) Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, PB L 166 van 30.4.2004.

Ga terug