23-02-2005 Verplichte ziektekostenverzekering van studenten die in Duitsland wonen en in een andere lidstaat studeren

Volgens onze informatie bestaat nog steeds het probleem dat studenten die in Duitsland wonen en in een andere lidstaat studeren, niet in aanmerking komen voor het gunstige studententarief van de ziektekostenverzekering, zulks op grond van artikel 5, lid 1, punt 9 van deel V van het Duitse Sozialgesetzbuch (Wetboek sociale wetgeving). Zodoende moeten deze studenten een duurder particulier tarief nemen. Dit leidt in het bijzonder in grensgebieden tot een ongerechtvaardigde benadeling en tot een beperking van het vrij verkeer van personen. In haar antwoord op de schriftelijke vraag aan de Europese Commissie E-1729/99(1) verklaarde de terzake bevoegde commissaris, mevrouw Diamantopoulou, namens de Commissie:

„Aangezien de Duitse bepaling een obstakel lijkt te vormen voor het vrije verkeer van personen, met name studenten, zal de Commissie de kwestie nader onderzoeken. De Commissie is ook op de hoogte van de situatie van studenten die met het oog op het verkrijgen van een verblijfsvergunning een particuliere verzekering hebben gesloten om te voldoen aan de voorwaarden betreffende ziektekostenverzekering en die daarom niet onder voornoemde verordening vallen. Een ontwerpaanbeveling die de lidstaten verzoekt de obstakels op dit gebied te slechten is in voorbereiding.”

Heeft de Commissie nieuwe informatie over de beperking van het vrij verkeer van personen op grond van de bepalingen van artikel 5, lid 1, punt 9 van deel V van het Duitse Sozialgesetzbuch inzake ziektekostenverzekering, waarvan studenten die in Duitsland wonen en in een andere lidstaat studeren de dupe worden, daar zij niet in aanmerking komen voor het gunstige studententarief en het duurdere particuliere tarief moeten betalen?

Hoever zijn de inspanningen van de Commissie gevorderd die in het antwoord op schriftelijke vraag E-1729/99 worden genoemd?

Antwoord van de heer Figel namens de Commissie

Wetgeving van een lidstaat waardoor studenten die niet in de lidstaat studeren waar ze woonachtig zijn hogere premies voor ziekteverzekeringen moeten betalen dan studenten die in een en dezelfde lidstaat wonen en studeren kan in strijd met de Gemeenschapswetgeving zijn, tenzij er objectieve redenen voor dit verschil in behandeling zijn. In arresten in verband met het burgerschap van de Europese Unie, het vrije verkeer van personen en het onderwijs heeft Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen reeds een aantal gevallen(1) ontoelaatbaar verklaard die niet identiek zijn aan dit geval, maar daarmee in sommige opzichten wel kunnen worden vergeleken.

Op te merken is evenwel dat de Raad en het Europees Parlement op 29 april 2004 hun goedkeuring hebben gehecht aan Verordening (EG) nr. 883/2004(2) betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, die Verordening (EG) nr. 1408/71 moet gaan vervangen. Hierin is in afwijking van de huidige verordening vastgesteld dat een bevoegde lidstaat wier wetgeving rechtsgevolgen aan bepaalde feiten of gebeurtenissen toekent soortgelijke feiten of gebeurtenissen in een andere lidstaat zo moet beschouwen alsof ze zich op het eigen grondgebied hebben voorgedaan. Afhankelijk van de omstandigheden van ieder afzonderlijk geval kan dit algemene gelijkstellingsbeginsel tot gevolg hebben dat studenten die in een andere lidstaat studeren maar bij een Duitse ziekteverzekering aangesloten zijn in aanmerking komen voor het studententarief. Het studeren aan een universiteit in een andere lidstaat moet dan namelijk gelijk worden gesteld aan het studeren aan een Duitse universiteit. Verordening (EG) nr. 883/2004 zal evenwel pas in werking treden als de daarbij behorende uitvoeringsverordening door de Raad en het Parlement goedgekeurd is. De Commissie werkt momenteel aan een hiertoe strekkend voorstel, dat naar verwachting tegen eind 2007 van kracht zal worden.

(1) Onder andere het arrest van het Hof van Justitie van 11 juli 200211 in de zaak Marie-Natahalie d’Hoop versus de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (C-224/98). Jurispr. 2002, blz. I-06191.

Ga terug