24-02-2010 Rizana Nafeek


Betreft

Het garanderen van een eerlijk proces voor Rizana Nafeek, een huisbediende uit Sri Lanka, die in juni 2007, toen zij maar 17 jaar oud was, in Saoedi-Arabië tot de doodstraf is veroordeeld wegens de dood van een baby die aan haar hoede was toevertrouwd.


Vraag

Op 13 december 2007 heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen over de rechten van vrouwen in Saoedi-Arabië (P6_TA(2007)0631). Onder I vestigt het Europees Parlement in het bijzonder de aandacht op het geval Rizana Nafeek, een huisbediende uit Sri Lanka, die in juni 2007, toen zij maar 17 jaar oud was, tot de doodstraf werd veroordeeld wegens de dood van een baby die aan haar hoede was toevertrouwd.

Op dit moment wacht Rizana Nafeek nog steeds in een Saoedi-Arabische gevangenis op haar beroep tegen dit vonnis.

Gezien de nadruk die de Europese Unie legt op het beschermen van mensenrechten over de hele wereld, en in overweging nemende dat Rizana Nafeek is veroordeeld voor iets dat gebeurde toen zij nog minderjarig was, zou ik graag de volgende vragen willen stellen:

1) Wordt de zaak van Rizana Nafeek nog actief gevolgd door de Commissie? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier?

2) Heeft de Commissie sinds 13 december 2007 actie ondernomen om een eerlijk proces voor Rizana Nafeek te garanderen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat voor actie heeft de Commissie ondernomen?

3) Is de Commissie bereid om in de nabije toekomst actie te ondernemen om een eerlijk proces voor Rizana Nafeek te garanderen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat voor actie is de Commissie bereid te ondernemen?



Antwoord van Hoge Vertegenwoordiger/vicevoorzitter Ashton namens de Commissie

In haar EU-richtsnoeren over de doodstraf spreekt de Unie zich onvoorwaardelijk uit tegen de doodstraf als een wrede, onmenselijke en niet meer ongedaan te maken wijze van bestraffing. De Unie kant zich onder alle omstandigheden tegen de doodstraf, zelfs bij de allerernstigste misdrijven zoals volkenmoord, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

In bilaterale contacten en met specifieke demarches via diplomatieke kanalen stellen de Commissie, de EU-delegatie en de vertegenwoordigingen van de lidstaten in Riyadh de toestand van de mensenrechten in Saoedi-Arabië aan de orde. Bij deze gelegenheden dringt de Commissie er bij Saoedi-Arabië op aan zich aan zijn aangegane verplichtingen uit hoofde van de internationale overeenkomsten inzake de mensenrechten en ook als lid van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties te houden.

Ga terug