24-06-2006 Gepensioneerd Duits ambtenaar met woonplaats in Nederland

De vraag betreft een groepje gepensioneerde Duitse ambtenaren die in Nederland wonen. Naast hun pensioen ontvangen zij op grond van de Nederlandse wet een geringe AOW-uitkering. Principieel zijn overeenkomstig deze wet alle personen verzekerd die tussen hun 15e en 65e jaar in Nederland wonen en niet op hetzelfde moment in een andere staat werken. Met terugwerkende kracht krijgen ook in Nederland woonachtige personen, die op het moment van de invoering van deze wet vijftien jaar of ouder waren, voor de „verloren verzekeringsperiodes” recht op AOW. Door de invoering van de gewijzigde Nederlandse wet op de verzekering van ziektekosten op 1 januari 2006 zijn Duitse gepensioneerden die in Nederland wonen sinds 1 januari 2006 verplicht verzekerd voor ziektekosten (overeenkomstig artikel 13, lid 2 letter f) juncto artikel 27 van verordening (EEG) nr. 1408/71). Duitse ambtenaren die ondanks deze nieuwe regeling hun positie als uitkeringsgerechtigde met een particuliere aanvullende verzekering in stand willen houden, staan derhalve voor de keus om hetzij verzekeringspremies in twee stelsels te betalen of hun aanspraken in Duitsland te verliezen.

1. Is de Nederlandse wet, die gepensioneerde Duitse ambtenaren van 42 jaar of ouder, met betrekking tot de ziektekostenverzekering in Nederland verplicht om verzekerd te zijn en hun aldus het recht ontneemt om zonder toestemming vooraf in Duitsland aanspraak te kunnen maken op ambulante of stationaire medische zorg, in strijd met het EU-recht? Zou hier niet het zogenaamde Petroni-beginsel moeten worden toegepast?

2. Verordening (EEG) nr. 1408/71 biedt in artikel 17 de mogelijkheid om hetzij voor groepen personen of individuele personen uitzonderingen op grond van artikel 13, lid 2 letter f) te maken. Kunnen Nederland en Duitsland besluiten dat deze personen op grond van artikel 17 van verordening (EEG) nr. 1408/71 in Duitsland verzekerd blijven?

3. Mogen lidstaten bij de toepassing van artikel 17 van verordening (EEG) nr. 1408/71 voorschrijven dat uitzonderingen alleen in bepaalde gevallen voor actieve individuele personen kunnen worden gemaakt, of alleen dan, wanneer hetzij sprake is van een verplichte dubbele verzekering of helemaal geen verplichte verzekering?

4. Verordening (EEG) nr. 1408/71 biedt de lidstaten in artikel 8 de mogelijkheid, om volgens de beginselen en in de geest van deze verordening met elkaar overeenkomsten te sluiten. Steunt de Commissie de sluiting van overeenkomsten tussen Nederland en Duitsland voor de instandhouding van het recht van gepensioneerde Duitse ambtenaren die in Nederland wonen, om in het land waar zij voorheen gewerkt hebben, te weten Duitsland, verzekerd te blijven?

Antwoord van de heer Špidla namens de Commissie

De vragen van de geachte Parlementsleden betreffen de ziekteverzekeringssituatie van gepensioneerde Duitse ambtenaren met woonplaats in Nederland, die zowel een Duits ambtenarenpensioen als een geringe Nederlandse AOW-uitkering ontvangen.

Overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 1408/71(1) krijgt een rechthebbende op pensioenen of renten, verschuldigd krachtens de wettelijke regelingen van twee of meer lidstaten, waaronder de lidstaat op het grondgebied waarvan hij woonachtig is, die recht heeft op prestaties wegens ziekte op grond van de wettelijke regeling van laatstbedoelde lidstaat, prestaties wegens ziekte van het orgaan van de woonplaats en voor rekening van dat orgaan.

De Nederlandse autoriteiten hebben de Commissie geïnformeerd dat de bevoegde Duitse en Nederlandse autoriteiten zijn overeengekomen dat de Duitse wetgeving van toepassing blijft op gepensioneerde Duitse ambtenaren met woonplaats in Nederland die ook een Nederlands pensioen ontvangen, zolang deze bij de speciale Duitse regeling voor ambtenaren zijn aangesloten en met andere woorden „beihilfeberechtigt” zijn. Zij moeten dus geen premies voor de Nederlandse ziekteverzekering betalen.

Er moet bijgevolg duidelijkheid worden geschapen over de situatie van bovengenoemde personen. Indien de geachte Parlementsleden weet hebben van gepensioneerde Duitse ambtenaren met woonplaats in Nederland die een geringe AOW-uitkering ontvangen en premies betalen voor de Nederlandse ziekteverzekering, verzoekt de Commissie hen gedetailleerde informatie te verstrekken, zodat de Commissie hierover met de Nederlandse autoriteiten contact kan opnemen.

(1) Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, PB L 149 van 5.7.1971. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 629/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006, PB L 114 van 27.4.2006.

Ga terug