28-04-2008 Vestiging in grensregio


Er zijn Duitse grensgemeenten die hun woningbouwgrond aan eigen inwoners (Ortsansässige) voor een lagere prijs verkopen dan aan niet-inwoners (nicht-Ortsansässige). Inwoners van Nederland, die deze bouwgrond kopen met het doel om met hun gezin in deze Duitse grensgemeente te gaan wonen, worden daarbij gelijk gesteld aan niet-inwoners. Vaak blijven deze Nederlanders vanuit Duitsland als grensarbeiders in Nederland werken. Een aantal Nederlanders gaat in Duitsland wonen én werken. Ook zijn er gepensioneerde Nederlanders die in Duitsland gaan wonen. Soortgelijke problemen doen zich ook voor in andere lidstaten (Ierland en België).

Titel IV van het EG-verdrag regelt het vrije verkeer van personen, goederen, vestiging, diensten en kapitaal. Het vrij verkeer van personen is een van de fundamenten van de Europese integratie. Lidstaten mogen EU-burgers niet discrimineren en mogen geen belemmeringen creëren. Het gaat dan om de juiste toepassing van de artikelen 12, 18, 39, 43, 49, 56 van het Verdrag.

Vraag: 1. Is het in strijd met het Gemeenschapsrecht (art 12, 18, 39, 43, 49, 56) indien een Duitse gemeente de woningbouwgrond aan Nederlanders — die naar deze Duitse gemeente willen verhuizen om er te wonen en te werken — tegen een hogere prijs verkoopt dan aan eigen inwoners?

2. Is het in strijd met het Gemeenschapsrecht (art 12, 18, 43, 49, 56) indien een Duitse gemeente de woningbouwgrond aan gepensioneerde Nederlanders — die willen verhuizen naar deze Duitse gemeente om er te wonen — tegen een hogere prijs verkoopt dan aan eigen inwoners?

3. Is het in strijd met het Gemeenschapsrecht (art 12, 18, 43, 49, 56) indien de Duitse gemeente de woningbouwgrond aan Nederlanders — die willen verhuizen naar deze Duitse gemeente om er te wonen en die vanuit die gemeente in Nederland blijven werken — tegen een hogere prijs verkoopt dan aan eigen inwoners?

4. Is het in strijd met het Gemeenschapsrecht (art 12, 18, 43, 49, 56) indien een Duitse gemeente de woningbouwgrond aan een inwoner van een andere Duitse gemeente verkoopt tegen een hogere prijs dan de eigen inwoners van de gemeente?

Antwoord van de heer McCreevy namens de Commissie

Het geachte Parlementslid vraagt de mening van de Commissie over bepaalde praktijken van Duitse gemeenten die voordelen toekennen aan hun eigen inwoners bij de aankoop van bouwgronden, in het licht van het bepaalde in het EG-Verdrag met betrekking tot het non-discriminatiebeginsel: het algemene beginsel van non-discriminatie (artikel 12), het vrij verkeer van personen (artikel 18), het vrij verkeer van werknemers (artikel 39), de vrijheid van vestiging (artikel 43), de vrije verrichting van diensten (artikel 49) en het vrij verkeer van kapitaal (artikel 56).

Wat het principe van gelijke behandeling betreft, wil de Commissie erop wijzen dat het Hof van Justitie reeds heeft geoordeeld dat een maatregel die als onderscheidend criterium de woonplaats hanteert, een vorm van verkapte discriminatie kan zijn omdat dit hoofdzakelijk ten nadele van onderdanen van andere lidstaten kan werken aangezien niet-ingezetenen meestal niet-onderdanen zijn(1).

Bovendien kunnen maatregelen die de genoemde fundamentele vrijheden beperken — nog steeds op basis van de jurisprudentie van het Hof van Justitie — afgezien van het discriminerend karakter ervan, slechts verenigbaar met het Verdrag worden geacht wanneer zij gerechtvaardigd zijn door dwingende eisen van algemeen belang en voor zover zij geschikt zijn om de verwezenlijking van het nagestreefde doel te waarborgen en niet verder gaan dan nodig is voor het bereiken van dat doel.

De Commissie zal dan ook contact met de Duitse autoriteiten opnemen om informatie te vragen over de maatregelen die door de Duitse gemeenten worden toegepast en de eventuele rechtvaardiging daarvan ten aanzien van de verschillende voorschriften van het Verdrag.

(1) Arrest C388/01 Commissie tegen Italië, punten 13 en 14.

Ga terug