31-03-2005 Discriminatie van werknemers en bedrijven uit de nieuwe lidstaten op de interne markt

Naast de bepalingen in het Toetredingsverdrag met betrekking tot overgangsperioden voor het vrije verkeer van werknemers zijn er in verschillende van de "oude" lidstaten bijkomende wettelijke en administratieve belemmeringen die verhinderen dat bedrijven die wettig in de nieuwe lidstaten zijn gevestigd, en hun werknemers, volledig gebruik kunnen maken van hun rechten uit hoofde van het Verdrag op het gebied van vrijheid van vestiging en van het uitoefenen van economische activiteiten in de "15".

Tot deze belemmeringen krachtens de nationale wetgevingen van deze lidstaten behoren ingewikkelder en tijdrovender notificatieprocedures voor dienstverleners uit de nieuwe lidstaten dan voor dienstverleners uit de oude "15", alsook het vereiste om in het kader van dienstverlening werkvergunningen aan te vragen voor gedetacheerde werknemers. Krachtens deze wetgeving worden bedrijven uit de nieuwe lidstaten wat dit betreft behandeld als bedrijven uit derde landen.

In de wetgeving van de andere EU-staten wordt een werkvergunning voor gedetacheerde werknemers uit de nieuwe lidstaten verplicht gesteld, hetgeen indruist tegen artikel 49 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen.

De discriminerende praktijken van een aantal lidstaten lopen uiteen van overdreven controles van dienstverleners tot onvoldoende kennis van de wetgeving van hun eigen land en van de EU bij de beambten die verantwoordelijk zijn voor het afgeven van de verschillende soorten vergunningen aan dergelijke bedrijven en hun werknemers.

Hoe en op welke termijn gaat de Commissie iets aan deze situatie doen in de vorm van stappen gericht op het elimineren van dergelijke discriminerende regelingen, die de verwezenlijking van de agenda van Lissabon dwarsbomen?

Ga terug