Coördinatie sociale zekerheid


De Nederlandse overheid stelt in haar Masterplan zorgverzekeringen buitenland dat gepensioneerden die in een Lidstaat ziektekostenbijdragen betalen over hun pensioen (art 28 Verordening 1408/71) en in een andere Lidstaat belasting over dit pensioen betalen, als het ware twee keer betalen indien de Lidstaat waar zij belasting betalen de gezondheidszorg geheel of gedeeltelijk via de fiscus financiert. Het omgekeerde kan eveneens plaatsvinden. Regelmatig ontvang ik brieven van Europese burgers die hierdoor problemen ondervinden.

Deze onevenwichtigheid vindt naar de opvatting van de Nederlandse regering ’zijn oorzaak in het feit dat er binnen Europa geen coördinatie plaatsvindt tussen enerzijds belastingheffing en anderzijds premieheffing voor de sociale verzekering. Nederland heeft hiervoor in de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van de Europese Unie aandacht gevraagd´. Nederland stelt dat: ‘ook de Europese Raad van ministers heeft zich uitgesproken over de onwenselijkheid van het genoemde ontbreken van coördinatie’. In het masterplan staat dat ‘de Europese Commissie inmiddels een initiatief heeft genomen om de kosten van medische zorg die wordt verleend aan migrerende werknemers tussen de lidstaten te verdelen op een wijze die, meer dan thans het geval is, recht doet aan de premie die door de betrokkenen is betaald’.

1. Worden door de Commissie de verschillen in financiering van de ziektekosten bij gepensioneerden - hetzij middels premies (b.v. Nederland) of via belasting (b.v. Zweden) - erkent en als een probleem ervaren?

2. Kan de Commissie inzicht geven in de discussies zoals deze gevoerd zijn of worden in de Administratieve Commissie en de Europese Raad van Ministers?

3. Is de Commissie bereid om dit discoördinatieprobleem te onderzoeken en daarover te rapporteren aan het Europees parlement?

4. Kan artikel 36 lid 3 van Verordening (EG) nr. 1408/71[1] toegepast worden door de lidstaten zodat de lidstaat die zijn ziektekostenstelsel financiert via belastingheffing - en alwaar de gepensioneerde belast wordt - afziet van de bekostiging door de lidstaat die op grond van art 28. de zorg van de gepensioneerde moet bekostigen. Is de Commissie van mening dat toepassing van dit artikel het probleem van dubbele heffingen kan oplossen?

5. Wordt het probleem van dubbele heffing niet opgelost door artikel 30 lid 2 van Verordening (EG) nr. 883/04[2], dat bepaalt dat de woonstaat van de gepensioneerde geen premies, bijdragen of soortgelijke inhoudingen - dus ook fiscale heffingen - mag heffen indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de bekostiging van de ziektekosten voor de gepensioneerde?

6. Ziet de Commissie andere mogelijkheden om dit toch wel zwaarwegend probleem van dubbele heffingen te voorkomen? Is de Commissie van mening dat er sprake is van een belemmering van het vrije verkeer van personen?



Antwoord van de heer Špidla namens de Commissie

De vraag van het geachte Parlementslid gaat over de situatie van personen die een pensioen ontvangen uit een lidstaat waar ziektekostenbijdragen op het pensioen worden ingehouden en die in een lidstaat wonen waar zij belasting betalen, die onder andere wordt gebruikt om het zorgstelsel te financieren.

Elke lidstaat mag zelf zijn eigen socialezekerheidsstelsel organiseren en bepalen hoe dit te financieren: uit de verzekeringspremies, uit belastingen of beide. Artikel 42 van het EG‑Verdrag, waarop Verordening (EEG) nr. 1408/71(1) is gebaseerd, bepaalt dat de socialezekerheidsstelsels moeten worden gecoördineerd, niet geharmoniseerd.

De door het geachte Parlementslid beschreven situatie toont in de ogen van de Commissie aan dat de mogelijkheden voor coördinatie van de socialezekerheidsstelsels begrensd zijn, aangezien de bevoegdheden van de lidstaten moeten worden gerespecteerd.

Het door het geachte Parlementslid aangehaalde artikel 36 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 heeft betrekking op vergoedingen tussen organen onderling. De lidstaten kunnen onderling overeenkomsten sluiten waarin zij afzien van vergoedingen van bedragen die zij elkaar verschuldigd zijn. Het gaat dus om een puur administratieve maatregel die geen gevolgen heeft voor de wijze waarop zij hun socialezekerheidsstelsel financieren.

Artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 883/04(2) heeft betrekking op lidstaten waar krachtens de wetgeving de premies op het pensioen worden ingehouden. Deze bepaling is niet van toepassing op lidstaten die de ziektekostenverzekering uit belastinggelden financieren. De Commissie is derhalve van mening dat dit artikel niet van toepassing is op de door het geachte Parlementslid beschreven situatie.

Wat betreft de vraag of deze situatie een belemmering vormt voor het vrije verkeer van personen, verwijst de Commissie naar de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie, waarin is vastgesteld dat de verschillen in wetgeving tussen de lidstaten als zodanig geen belemmering vormen voor het vrije verkeer van personen (zie het arrest van het Hof van 19 maart 2002 in zaak C-393/99, Hervein).

(1) Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, PB L 149 van 5.7.1971, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1992/2006 van het Parlement en de Raad van 18 december 2006, PB L 392 van 30.12.2006.
(2) Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, PB L 166 van 30.4.2004.

Ga terug